Erfbelastinginvullen.nl

Aangifte erfbelasting invullen: wat vult u waar in

Het aangifteformulier van de Belastingdienst bestaat uit genummerde onderdelen, met per onderdeel genummerde vragen. U vult het zelf in, met uw eigen DigiD. Hieronder staat per vraag wat erin hoort, en waar u het gegeven of het bedrag vindt.

Onderdeel 1 Gegevens van de overledene

Bij vraag 1a vult u de naam, het burgerservicenummer en de overlijdensdatum van de overledene in.

1b Getrouwd of geregistreerde partner

Alleen invullen als de overledene op de dag van overlijden getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had. Samenwonen telt hier niet, ook niet met een samenlevingscontract bij de notaris. Waren er huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden, dan vraagt de aangifte of daar een finaal verrekenbeding in staat.

Waar u het vindt: Of er een finaal verrekenbeding is, staat in de huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden.

1c Had de overledene kinderen?

Het gaat om eigen kinderen, door geboorte of erkenning, en geadopteerde kinderen. Stiefkinderen en pleegkinderen tellen hier niet mee. Is een kind eerder overleden en had dat kind zelf kinderen, dan erven die kleinkinderen in zijn of haar plaats; u geeft hen dan op als verkrijger.

Waar u het vindt: Dit weet u meestal zelf.

1d Had de overledene een testament?

De gegevens van de notaris die het testament heeft opgemaakt, de datum van het testament en het protocolnummer van de notaris.

Waar u het vindt: De notaris en de datum staan op het testament. Het protocolnummer vindt u in het Register notariaat op registernotariaat.nl: het nummer zonder einddatum. Is de notaris gestopt, dan zoekt u eerst de opvolger op in het opvolgersarchief op notaris.nl.

Onderdeel 3 Voor wie doet u aangifte?

3 Voor wie doet u aangifte?

Doet u aangifte voor meer verkrijgers, bijvoorbeeld als executeur, dan vult u in voor hoeveel; uzelf telt mee als u ook verkrijger bent. Daarna vult u in voor wie u geen aangifte doet, en of de aanslagen naar iedere verkrijger gaan of naar de executeur of gemachtigde.

Waar u het vindt: Wie de verkrijgers zijn, staat in het testament. Zonder testament bepaalt de wet wie erft.

Wie de aangifte doet als er meer erfgenamen zijn, staat bij aangifte erfbelasting doen.

Onderdeel 4 Gegevens verkrijgers

Verkrijgers zijn alle personen en instellingen die iets uit de erfenis krijgen. De erfgenamen doen ook aangifte voor verkrijgers die dat zelf niet hoeven, zoals iemand die een legaat krijgt.

4c Relatie met de overledene

De relatie van de verkrijger met de overledene, zoals partner, kind of kleinkind. Is de verkrijger een broer of zus, dan kiest u ‘Anders’.

Waar u het vindt: Dit weet u meestal zelf.

4d Erfdeel, legaten en legitieme portie

Het deel dat de verkrijger krijgt volgens de wet of volgens het testament, als breuk of percentage. Erven bijvoorbeeld vier kinderen zonder testament, dan krijgt ieder 1/4. Is er een tweetrapstestament en bent u degene die als eerste erft, dan antwoordt u hier ‘Ja’.

Waar u het vindt: In het testament. Is er geen testament, dan geldt de wet; bij een partner en kinderen is dat de wettelijke verdeling.

Hoeveel ieder erfdeel in euro’s is, rekent de rekenmachine uit.

4e De verkrijger krijgt 1 of meer legaten

Een legaat is een bepaald onderdeel van de erfenis dat naar een bepaalde persoon gaat, zoals een voorwerp of een geldbedrag. U vult in of het legaat ‘vrij van recht’ is: dan betaalt de erfenis de erfbelasting erover, en niet degene die het krijgt.

Waar u het vindt: In het testament. Een voorwerp kan ook in een codicil staan, een geldbedrag niet. Of een legaat vrij van recht is, staat altijd in het testament.

4f Inbreng van een schenking in de nalatenschap

Alleen als iemand bij leven een schenking kreeg met de afspraak dat die later met het erfdeel wordt verrekend (een inbrengverplichting). Het erfdeel wordt dan lager, hooguit tot nul. Dit is iets anders dan een schenking in de laatste 180 dagen; die hoort bij vraag 8c.

Waar u het vindt: In de schenkingsovereenkomst, of in het testament.

Onderdeel 5 Samenstelling van de erfenis

Bij onderdeel 5 vult u de waarde in van alles wat de overledene had en schuldig was, op de dag van overlijden. Was de overledene getrouwd in gemeenschap van goederen, dan vult u ook in wat in de gemeenschap valt, ook als het alleen op naam van de partner staat.

Bezittingen

5a Woning of onroerende zaak

Alle onroerende zaken van de overledene, in Nederland en in het buitenland: de eigen woning, een vakantiehuis, een verhuurde woning, een garagebox, een stuk grond.

Waar u het vindt: In de eigendomsakte. Daarin staat ook voor welk deel de overledene eigenaar was.

5a.5 WOZ-waarde

De WOZ-waarde van de woning. U mag kiezen tussen die van het jaar van overlijden en die van het jaar daarna. Hebt u de tweede nog niet, vul dan de eerste in; blijkt de latere lager, dan kunt u nog bezwaar maken, tot vijf jaar na het overlijden. Was de overledene voor een deel eigenaar, vul dan alleen dat deel in.

Waar u het vindt: Op de WOZ-beschikking van de gemeente, die begin van het jaar komt. Meestal kunt u de waarde ook opzoeken op wozwaardeloket.nl.

Welke van de twee voordeliger is, rekent de rekenmachine uit; meer uitleg staat bij een woning in de erfenis.

5b Waardeverminderende factoren woning

Alleen als de woning voor onbepaalde tijd verhuurd was aan een huurder met huurbescherming, verpacht was, of als er erfpacht op zit. De waarde wordt dan lager, met een tabel uit de toelichting. Dit geldt niet voor een vakantiewoning die kort wordt verhuurd.

Waar u het vindt: In het huurcontract of de pachtovereenkomst: daar staat de jaarlijkse huur of pacht.

5f Roerende zaken

Spullen zoals auto’s, boten, de inboedel, sieraden, kunst, antiek en verzamelingen, voor wat ze bij verkoop zouden opbrengen.

Waar u het vindt: Kijk naar wat vergelijkbare spullen opbrengen op verkoopsites of in veilingcatalogi, en voor een auto naar de koerslijst van ANWB of BOVAG. Voor kunst en verzamelingen is het verzekerde bedrag meestal een richtlijn.

5g Bank- en spaarrekeningen

Alle bank- en spaarrekeningen van de overledene, in Nederland en in het buitenland, met het saldo op de dag van overlijden.

Waar u het vindt: Op de overzichten van de bank. Vraag de bank om het saldo op de overlijdensdatum, niet het saldo van vandaag.

5h Contant geld op de overlijdensdatum

Het contante geld dat de overledene had op de dag van overlijden.

Waar u het vindt: Daar is geen overzicht van: het gaat om wat er in huis of in een kluis was.

5i Effectenrekening

Aandelen, obligaties en beleggingsfondsen, in Nederland en in het buitenland. Had de overledene, eventueel samen met de partner, 5% of meer van de aandelen in een bv, dan hoort dat niet hier maar bij vraag 11.

Waar u het vindt: Op het overzicht van de bank of het fonds; vraag een overzicht van de dag vóór het overlijden. Voor beursgenoteerde beleggingen geldt de slotkoers van de laatste beursdag vóór de dag van overlijden.

5j Vorderingen

Geld dat de overledene nog tegoed had: geld dat hij of zij had uitgeleend, met de rente die nog niet betaald was, een erfdeel dat de overledene zelf nog niet had gekregen, een teruggave van de Belastingdienst, of de koopsom van een woning die al verkocht was maar nog niet geleverd. Een levensverzekering hoort hier niet.

Waar u het vindt: In de leningsovereenkomst of schuldbekentenis, in de brief of beschikking van de Belastingdienst, of in de koopakte.

5k Ondernemingsvermogen

Alleen als de overledene een eigen onderneming had, zoals een eenmanszaak, of een groot aandelenbelang in een bv. U vult dan eerst vraag 11 in en neemt de waarde daaruit over.

Waar u het vindt: In de jaarstukken van de onderneming. Laat dit door een notaris of belastingadviseur doen; onze rekenmachine rekent het niet.

5l Andere bezittingen

Alles wat nog niet genoemd is, zoals levensverzekeringen die doorlopen en niet uitkeren bij het overlijden, spaarbrieven, beleggingspolissen, en rechten op een vergoeding voor bijvoorbeeld een boek of een uitvinding.

Waar u het vindt: De waarde op de overlijdensdatum vraagt u op bij de verzekeraar of de instelling waar de polis loopt.

Schulden

5n Hypotheken en andere schulden voor onroerende zaken

Leningen die de overledene had voor de woning of andere onroerende zaken van vraag 5a, meestal de hypotheek. De rente tot de dag van overlijden die nog niet betaald was, mag erbij. Lost een levensverzekering bij het overlijden de hypotheek af, dan vult u het bedrag in dat na die aflossing overblijft.

Waar u het vindt: Op de overzichten van de bank of de geldverstrekker. Naar wie een verzekeringsuitkering gaat, staat op de polis bij ‘begunstigde’.

5o Schuld aan verkrijgers eerder overleden partner

De schuld aan de kinderen uit het eerdere overlijden van de echtgenoot of geregistreerde partner, als de kinderen hun erfdeel toen nog niet kregen. Daar gaan de erfbelasting die de overledene toen voor de kinderen voorschoot en wat al is terugbetaald af. U vult ook de naam en de overlijdensdatum van de eerder overleden partner in.

Waar u het vindt: In de aangifte erfbelasting van dat eerdere overlijden. Hebt u die niet meer, kijk dan in de papieren van de notaris die de erfenis van toen heeft afgewikkeld, of vraag bij de Belastingdienst een kopie van die aangifte op.

Een rekenvoorbeeld en waar u het bedrag vindt, staan bij de vordering van de kinderen bij het tweede overlijden. De rekenmachine rekent uit wat het scheelt.

5p Schenking op papier

Een schenking die de overledene bij leven deed, maar die pas na het overlijden wordt uitbetaald. Die moet in een notariële akte staan. De erfenis heeft dan een schuld aan degene die de schenking kreeg.

Waar u het vindt: In de notariële akte van de schenking. Onze rekenmachine rekent dit niet uit.

5q Andere schulden

Alle andere schulden: leningen en kredieten, openstaande rekeningen, en belastingen die de overledene nog moest betalen. Is er nog geen aanslag, dan vult u een schatting in. Kosten die de erfgenamen maken om de erfenis af te wikkelen, zoals een taxatie, een verklaring van erfrecht of een makelaar, horen hier niet.

Waar u het vindt: Op de rekeningen, de overzichten van de kredietverstrekker en de aanslagen van de Belastingdienst of de gemeente.

Onderdeel 6 Uitvaartkosten en belastingschuld bij directe afrekening aanmerkelijk belang

6a Uitvaartkosten

De gewone kosten van de uitvaart, zoals de kist of urn, het graf, de grafsteen, de koffietafel, rouwkaarten en advertenties. Op de aangifte 2026 vult u de kosten en de uitkering van een uitvaartverzekering apart in; de uitkering gaat van de kosten af. Keerde de verzekering meer uit dan de uitvaart kostte, dan hoort het verschil bij de erfenis. Niet meetellen: toekomstig grafonderhoud, reiskosten van familie uit het buitenland, notariskosten, het opruimen van de inboedel en het loon van de executeur.

Waar u het vindt: Op de rekeningen van de uitvaartondernemer en de andere leveranciers. Wat de verzekering betaalde, staat in de afrekening van de uitvaartverzekering.

De rekenmachine trekt de vergoeding van de verzekering er voor u af.

Onderdeel 7 De verdeling van de erfenis en gevolgen voor de berekening van erfbelasting

7 De verdeling van de erfenis

Of het testament alles aan één persoon geeft, terwijl de anderen een vordering op die persoon krijgen, en welke rente er over die vordering is afgesproken. Is er geen testament en zijn er een partner en kinderen, dan geldt de wettelijke verdeling. De partner kan daarvan alleen afwijken met een akte bij de notaris, binnen drie maanden na het overlijden.

Waar u het vindt: In het testament. Zonder testament: zie de wettelijke verdeling.

Onderdeel 8 Aanvullende vragen

8a Levens- of ongevallenverzekering

‘Ja’ als de overledene een levens- of ongevallenverzekering op het eigen leven had, met premies uit eigen geld, en die na het overlijden in één keer uitkeert aan iemand. Een verzekering die al de hypotheek aflost en die u bij vraag 5n hebt meegeteld, vult u hier niet nog eens in.

Waar u het vindt: Op de polis, de overeenkomst of het overzicht dat u bij de uitkering krijgt: daar staan de naam van de verzekeraar, wie de uitkering krijgt (‘begunstigde’) en het bedrag. Onze rekenmachine vraagt hier nog niet naar.

8c Schenkingen kort voor overlijden

Schenkingen die de overledene of de partner deed in de 180 dagen voor het overlijden. Die tellen mee alsof ze uit de erfenis komen. U vult het deel in dat uit het vermogen van de overledene kwam; kwam de schenking uit gemeenschappelijk vermogen van de overledene en de partner, dan is dat de helft. Een schenking waarvoor een beroep is gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling telt alleen mee voor het deel boven die vrijstelling.

Nieuw vanaf 2026: Bij een overlijden vanaf 2026 gaat zo'n schenking mee in de erfbelasting. Is er al aangifte schenkbelasting gedaan, dan krijgt de ontvanger geen aanslag schenkbelasting, maar een (voorlopige) aanslag erfbelasting, die bij de definitieve aanslag wordt meegeteld, zodat u niet dubbel betaalt. Voor het deel van een mede-schenker die nog leeft, doet de ontvanger wel aangifte schenkbelasting. Bij een overlijden in 2025 of eerder werd betaalde schenkbelasting met de erfbelasting verrekend.

Waar u het vindt: Op de bankafschriften van de overledene, en in de aangifte schenkbelasting als die is gedaan.

Meer uitleg staat bij wanneer de uitkomst een benadering is. De rekenmachine telt de schenking bij het erfdeel op.

Wilt u dit ingevuld krijgen met uw eigen bedragen?

Dat doet het rapport: na de berekening staat daarin per vraag het bedrag of antwoord voor uw situatie.

De vraagnummers en namen komen uit de Toelichting aangifte erfbelasting 2026. Voor een overlijden in 2025 zijn de nummers hetzelfde.

Laatst gecontroleerd op .