Nabestaandenpensioen en de partnervrijstelling
Een partner heeft een hoge vrijstelling: € 828.035 in 2026. Maar krijgt de partner door het overlijden een nabestaandenpensioen of lijfrente, dan wordt die vrijstelling lager. Wie daar geen rekening mee houdt, krijgt later een aanslag die veel hoger is dan verwacht.
De regel
De helft van de waarde van het pensioen of de lijfrente gaat af van de partnervrijstelling. Over de uitkeringen zelf betaalt de partner geen erfbelasting; het pensioen telt alleen mee via de lagere vrijstelling. Dit heet de imputatieregeling.
De vrijstelling wordt nooit lager dan een minimum. In 2026 is dat € 213.915. Hoe hoog het pensioen ook is, dat bedrag blijft altijd vrijgesteld.
Wat telt mee, en wat niet
Mee telt een uitkering die de partner door het overlijden krijgt uit:
- een nabestaandenpensioen, bijvoorbeeld van het pensioenfonds van de werkgever;
- een lijfrente waarvan de premies aftrekbaar waren;
- een netto pensioen of netto lijfrente;
- een stamrecht uit een gouden handdruk.
Ook een al lopende uitkering die door het overlijden hoger wordt, telt mee. De AOW en de Anw tellen niet mee: die hebben geen invloed op de vrijstelling.
Hoe de waarde wordt berekend
De Belastingdienst bepaalt de waarde van het pensioen zelf, op basis van het bedrag dat de partner per jaar krijgt:
- Het jaarbedrag gaat keer een factor die afhangt van de leeftijd van de partner op de overlijdensdatum. Hoe jonger, hoe hoger de factor, omdat de uitkering dan langer loopt.
- Van de uitkomst gaat 30% af, omdat de partner over de uitkeringen later nog inkomstenbelasting betaalt.
- De helft van wat overblijft, gaat af van de partnervrijstelling.
De factoren
| Leeftijd van de partner | Factor |
|---|---|
| jonger dan 20 jaar | 16 |
| 20 tot 30 jaar | 15 |
| 30 tot 40 jaar | 14 |
| 40 tot 50 jaar | 13 |
| 50 tot 55 jaar | 12 |
| 55 tot 60 jaar | 11 |
| 60 tot 65 jaar | 10 |
| 65 tot 70 jaar | 8 |
| 70 tot 75 jaar | 7 |
| 75 tot 80 jaar | 5 |
| 80 tot 85 jaar | 4 |
| 85 tot 90 jaar | 3 |
| 90 jaar of ouder | 2 |
‘60 tot 65 jaar’ betekent: 60 jaar of ouder, maar nog geen 65. Wie precies 65 is, valt in de volgende rij.
Een voorbeeld
Dit voorbeeld komt van de Belastingdienst. De partner is 64 en krijgt een nabestaandenpensioen van € 12.000 per jaar.
- € 12.000 × factor 10 = € 120.000.
- Min 30% (€ 36.000) is de waarde van het pensioen: € 84.000.
- De helft daarvan, € 42.000, gaat af van de vrijstelling. Die wordt € 786.035.
Erft deze partner € 900.000, dan betaalt zij of hij met de volle vrijstelling € 7.196 erfbelasting, en met de verlaagde vrijstelling € 11.396. Dat verschil is precies het bedrag waar mensen later door verrast worden.
Bij een groot pensioen kan de vrijstelling veel verder dalen, tot het minimum van € 213.915. Dan scheelt het al snel tienduizenden euro’s.
In de rekenmachine
De rekenmachine vraagt bij de partner altijd of er een nabestaandenpensioen of lijfrente is. Zo ja, dan vult u het jaarbedrag en de leeftijd van de partner in, en rekent de rekenmachine de waarde zelf uit, precies zoals hierboven. In de uitkomst ziet u elke stap terug. Kent u de waarde al, dan kunt u die ook rechtstreeks invullen.
Voor sommige jaren is het minimum nog niet in de rekenmachine opgenomen. Bij een overlijden in zo’n jaar zegt de rekenmachine dat erbij, en is de uitkomst voor de partner te laag als er een pensioen is.
Laatst gecontroleerd op .